Een praatje maken, lastig of een makkie…!

augustus 20th, 2018

Een praatje maken heeft veel te maken met hoe JIJ denkt over WAT een ANDER wel niet over JOU zal denken.

Stel je voor dat je brein een verwerkingscapaciteit heeft van 1 gigabyte (dat is een totaal verzonnen aantal, maar het gaat om het idee). Als je een gesprek hebt, wil je eigenlijk zoveel mogelijk van die capaciteit aan het werk zetten om het gesprek te voeren.

Sociaal angstige mensen besteden echter ook een hoop verwerkingscapaciteit aan het denken over het gesprek. Ze maken zich zorgen over wat de ander denkt, geven zichzelf op de kop over hun gebrekkige prestaties en maken zich zorgen over hun eigen angst. Allemaal gedachten die afleiden van het daadwerkelijke gesprek. Bijkomend nadeel is dat het nadenken over je angst vaak alleen maar angstiger maakt. Als je niet angstig wil worden, zorgt dit er bijna per definitie voor dat je wel angstig wordt. Hoe minder aandacht je er dus aan besteedt, hoe beter het gaat.

Nu is het moeilijk om ergens níét aan te denken, maar het is wel mogelijk om ergens wel aan te denken. En aangezien je toch al met een gesprek bezig bent, ligt het voor de hand om hier aandacht aan te besteden. Op die manier wordt je gesprek beter en is je angst ook beter te hanteren.

Hieronder staan 27 tips die je kunt gebruiken om een “koetjes en kalfjes” gesprek te voeren.

  1. Geef je gesprekspartner de hoogste prioriteit. Goede sociale contacten ontwikkel je wanneer je in het hier en nu leeft. Breng jezelf in het moment door je even op je ademhaling te richten, of door bijvoorbeeld zo ontspannen mogelijk te zitten of te staan.
  2. Mensen zien het direct in je ogen als je even afgeleid bent. En dat vermindert het gevoel van contact en verbondenheid. Houd je hoofd volledig bij je gesprekspartner, en verontschuldig je netjes als je iets anders moet doen (zoals een telefoon opnemen).
  3. Er zijn weinig mensen die volledige aandacht hebben voor anderen. Zodra jij dit kunt opbrengen, geef je mensen direct een fijn gevoel.
  4. Oké, en wat moet je zeggen? In de eerste plaats: gesprekken worden opgebouwd door gemeenschappelijke factoren. Hoe meer gemeenschappelijke factoren je kunt vinden (en ter sprake kunt brengen), des te makkelijker zal het gesprek verlopen.
  5. De meest voor de hand liggende gemeenschappelijke factor is het weer. Daarom is dat zo’n populair gespreksonderwerp. Het werkt, maar het is een beetje afgezaagd. Maar goed, soms heb je niets beters voorhanden. Dan is het weer een prima uitgangspunt. Lekker luchtig.
  6. Andere gemeenschappelijke factoren: een gezamenlijke vriend (“Waar ken jij Piet van?”), een gezamenlijk probleem (“Is het WiFi bij jou ook zo sloom?”), een gezamenlijke locatie (“Wat is het mooi opgeknapt hier he?”), een gezamenlijke interesse (“Hé, wat leuk, dat boek heb ik ook gelezen!”) etc.
  7. Ga het gesprek niet alleen in om te praten. Ga er ook in om de ander te leren kennen.
  8. Het is ook een kunst om de ánder te laten praten. Zéker als jij niet weet waar je het over moet hebben.
  9. Dat betekent dus dat je niet alleen jouw verhaal komt doen. Het betekent dat je ook interesse toont in de ander.
  10. Interesse tonen betekent vragen stellen (zie tip 6 voor een paar voorbeelden en denk aan open vragen stellen) en oprecht interesse tonen in de antwoorden.
  11. Door vragen te stellen breng je anderen aan het praten. Mensen vinden het héérlijk om te praten, vooral over zichzelf. Dit is soms heel interessant, je steekt er veel meer van op en je maakt er meer vrienden mee.
  12. Blijf doorvragen, voor je het weet heb je een leuk gesprek op gang, en leer je de ander stukje bij beetje kennen.
  13. Maak er geen interview van. Natuurlijk is het de bedoeling dat je zelf ook wat bijdraagt aan het gesprek. Maar geef de ander de leiding. Laat de ander bepalen wat jouw inbreng in het gesprek wordt. Als iemand graag praat, laat diegene dan lekker praten, en luister.
  14. Als ik zeg: “Ik ben vanochtend met m’n hond naar de dierenarts geweest”, dan is het logisch dat de ander iets vraagt als: “Oh jee, waarvoor?”. Bij sommige mensen krijg je echter een reactie als: “Ja, ik ook vorige week, was nog een heel verhaal want… blablabla.” En vervolgens gaat het gesprek over de hond van de ander. Als dat gebeurt, dan weet je dat de ander geen interesse heeft in jouw leven. Als dat constant gebeurt, dan ontdek je dat diegene niet bij je past.
  15. Maak er een gewoonte van om jezelf voor te stellen. Het is een dooddoener om even rond te zwaaien op een feestje “Hallo allemaal, ik doe het even zo, gefeliciteerd!” Dat is makkelijk, maar het is vervolgens een stuk moeilijker om leuke gesprekken op gang te krijgen. Vooral omdat iedereen direct het gevoel heeft dat jij geen sociaal persoon bent. Ga dus gewoon even rond, stel jezelf voor en doe je best om de namen te onthouden.
  16. Sta je te praten en komt er een derde persoon bij staan die je nog niet kent? Onderbreek dan even het gesprek: “Sorry, maar wij hebben nog geen kennisgemaakt, hai, ik ben Piet.” Jezelf voorstellen aan anderen is altijd een goed uitgangspunt.
  17. Kijk de ander in de ogen terwijl je een hand geeft. Als je het moeilijk vindt om een goede hand te geven, oefen je coördinatie dan met een goede vriend. Leg uit dat je je eerste indruk wilt verbeteren en dat je even wilt oefenen met handen schudden. Geef elkaar gewoon een paar keer een hand en merk hoe het steeds beter gaat.
  18. Besef dat je fouten gaat maken. Dat er ongemakkelijke situaties zullen ontstaan. Dat hoort erbij. Maar maak je geen zorgen, mensen vergeten snel. En weet je, als je wilt kunt je er zelfs van genieten.
  19. Neem jezelf niet te serieus. Lach om jezelf als je iets raars doet of zegt, en wees gewoon eerlijk. Als je iets raars zegt, leg dan gewoon uit hoe dit tot stand kwam: “Oh, joh, sorry! Wat genant zeg, haha! Ik dacht het vooral omdat je alcoholvrij bier drinkt. Nu lijkt het net of ik je dik vindt! Maar je moet dus nog rijden, waar woon je dan?”
  20. Het onthouden van namen is heel belangrijk. Als iemand zich voorstelt, luister dan goed naar de naam. Als je de naam niet goed kon verstaan, vraag dan gewoon nog even: “Sorry, wat was je naam?” Herhaal vervolgens de naam nog een paar keer in je hoofd. Ben je later iemands naam vergeten? Vraag er dan gewoon nog even om, en leg uit dat je het moeilijk vindt om namen te onthouden. Niets aan de hand.
  21. Eerlijk en open zijn werkt het best. Probeer je niet beter voor te doen dan je bent. Wees gewoon jezelf. Mensen praten graag met echte mensen. Ze maken graag echt contact. Als jij je anders voordoet dan je bent, dan hebben mensen dat vrij snel in de gaten en verliezen ze hun interesse.
  22. Eerlijk en open zijn betekent ook kwetsbaar zijn. Want als je echt laat zien wie je bent, en mensen vinden het niet leuk wat ze zien, dan betekent dat dus dat ze jou niet leuk vinden. Dat kan pijnlijk voelen. Maar besef dat mensen je meestal leuker vinden als je jezelf bent, en besef ook dat niet iedereen je vriend hoeft te zijn. Hoe meer je bepaalde mensen afstoot, des te groter de kans dat je andere mensen juist weer sterker aantrekt.
  23. Laat je ego los. Dat klinkt makkelijker dan het is, maar het is wel belangrijk. Probeer niet constant je gelijk te krijgen. Probeer andere mensen niet de les te lezen. Probeer niet overal een discussie van te maken. Je versterkt de band als je gemeenschappelijke factoren vindt. Door je af te zetten tegen anderen, verslechter je de band in veel gevallen. Ben je het niet eens over een onderwerp? Prima, ga door naar een ander onderwerp om het gemeenschappelijke gevoel weer te herstellen.
  24. Beweeg in de conversatie van luchtigheid naar meer diepte. Een gesprek begint bij feiten. Het weer, je werk, het vinden van een parkeerplaats, de plek waar jullie zijn etc. Vervolgens kun je verder bewegen naar meningen (waarbij je aftast waar de ander staat), en vervolgens kun je verder gaan naar gevoelens. Dat is soms makkelijker dan andere keren. Het is het niveau van gevoelens waarop je het ego voorbij gaat, en echt een betekenisvolle connectie tot stand kunt brengen. Het is ook het meest kwetsbare gedeelte van iemands leven, dus je komt hier pas wanneer jullie elkaar vertrouwen.
  25. Je bouwt vertrouwen door zelf open te zijn over je eigen meningen en gevoelens. Wanneer jij de deur opent, zal de ander ook sneller geneigd zijn om dat te doen. Maar gooi niet ineens alle kleppen open, dat stoot mensen af. Open jezelf stap voor stap, stukje bij beetje, en laat de ander hetzelfde doen. Voor je het weet bouwen jullie samen een mooie band op.
  26. Stel jezelf regelmatig bloot aan sociale situaties. Oefen zo vaak als je kunt. Begin klein, bouw je skills en zelfvertrouwen langzaam op, en merk hoe je steeds beter wordt in het aanknopen van gesprekjes.
  27. Weet dat de meeste mensen het heerlijk vinden om meer contact te hebben met de mensen om hen heen. Dat geldt voor je vrienden, voor je familieleden en voor vreemden op straat. Iedereen wordt blij van een glimlach, een vrolijke goedemorgen, een gezellig gesprekje. Iedereen vindt het fijn als een ander oprecht interesse in je toont. Dat geeft je het gevoel dat je speciaal bent, dat je waardevol bent. En het is geweldig als jij anderen dit gevoel kunt geven. En hoe meer je met mensen omgaat, des te sterker je begint te beseffen dat het ook waar is. Iedereen is speciaal, iedereen is waardevol. En iedereen is het waard om van gehouden te worden.

Luchtige gesprekjes zijn ontzettend waardevol. Het is altijd het begin van iets moois, en hoe beter je wordt in contacten leggen, des te meer spontaniteit en vrolijkheid je leven zal krijgen. Je vindt mensen die bij je passen, je maakt kennis met nieuwe denkbeelden, je beleeft meer plezier met mensen en je hebt een sterker sociaal vangnet.